Op de verre exoplaneet WASP-76b valt er tijdens een bui geen water, maar waarschijnlijk vloeibaar ijzer. Dat vermoedt een groot Europees team van astronomen na onderzoek naar de atmosfeer van een extreem warme planeet. Ze hebben hun bevindingen beschreven in het vakblad Nature.

Op 640 lichtjaar van de aarde, in het sterrenbeeld Vissen, ligt de exoplaneet WASP-76b. Eenmaal om zijn eigen as draaien duurt voor de planeet even lang als om zijn ster draaien. Hierdoor wijst altijd dezelfde kant van de planeet naar zijn ster.

Deze kant krijgt duizenden keren meer straling van de ster dan de aarde krijgt van onze zon, waardoor de temperatuur kan oplopen tot 2.400 graden Celsius. Hierbij kan metaal verdampen en in de atmosfeer terechtkomen.

Aan de andere kant, waar het altijd nacht is, kan het tot 1.500 graden worden. Door deze temperatuurverschillen ontstaan windvlagen die de ijzerwolken van de dag- naar de nachtkant verplaatsen. Daar condenseren de wolken en begint het te hozen.

De planeet is ontdekt met de Very Large Telescope (VLT) in Chili, die wordt beheerd door het European Southern Observatory (ESO). Aan de VLT is een instrument toegevoegd waarmee astronomen kunnen zoeken naar sterren als de zon waar aardachtige planeten omheen draaien.

Het instrument bleek echter ook geschikt te zijn om atmosferen van exoplaneten mee te onderzoeken. Er werden sporen van ijzer mee ontdekt in de atmosfeer van WASP-76b.